Deep tissue module 1

Huidige status
Niet Ingeschreven
Prijs
Gesloten
Aan de slag
Deze cursus is momenteel gesloten

Lesdag 1, de rug.

We hebben geoefend met het werken zonder tussenstof. Door eerst in te zinken, je lichaamsgewicht in te zetten, een hoek van 45graden te creëren zal de beweging zelf ontstaan. Je wacht tot het weefsel ‘toegang’ geeft in plaats van te duwen, zo werk je in het weefsel en niet op het weefsel. De technieken zijn altijd langzaam, hoe dieper je werkt hoe trager de beweging. Je bouwt de druk langzaam op met je lichaamsgewicht, aan het einde van een techniek trek je je net zo langzaam weer terug. Na iedere techniek volgt zachte energie om te herstellen, zowel voor je cliënt als voor jezelf. Je werkt met verschillende hoogtes van je tafel, als je die mogelijkheid niet hebt gebruikt je je benen om je lichaamsgewicht van hoogte te verstellen. Stel in dat laatste geval je tafel laag op.

Deze dag hebben we 4 technieken behandeld. De eerste warming up stroke met de platte hand staat niet in het boek. Maar ik vind dit wel een goede toevoeging omdat je met de platte hand vaak meer voelt dan met de vuist (in het begin) dus kun je meer informatie vergaren. Het is ook een zachter en persoonlijker begin dan direct met de vuisten.

De tweede techniek heet in het Vreeling boek de 1e lange rugstroke op blz. 62. Zorg voor een goede staande houding met armen gestrekt maar niet over strekt, schouders laag en je vuisten in het verlengde van je polsen. Zorg voor een lage buikademhaling.

Daarna gingen we door met een onderarm techniek over één rughelft, zie blz 65 Vreeling. Je mijdt altijd druk op de wervel kolom.Zet in bovenop de top van de trapezius, je onderarm is nu parallel aan de wervelkolom. Zodra je de scapula bent gepasseerd draai je je arm zodat deze haakt staat op de wervelkolom en maak je de techniek af tot tegen het bekken aan.

De laatste techniek is een dwarsgeep in tegenstelling tot de vorige drie verlengende technieken. Zie blz. 66 Vreeling. Met de platte vuist werk je van mediaal, net naast de wervels, naar lateraal, tot aan de tafel. In eerste instantie is de druk richting de tafel, zodra je aan de zijkant an het lichaam komt veranderd de druk richting naar mediaal. Door een stap weg te zetten van de tafel, je arm te strekken en je gewicht te verplaatsen naar de voet die het dichtst bij de tafel staat. Je maakt verschllende banen, beginnende net onder de scapula, over het schouderblad heen tot boven op de trapezius. De bovenste baan kun je twee kanten op doen; van schedelrand tot schouderkop en vice versa. Hierbij zorg je dat je meeloopt in de lichting van je vuist.

Lesdag 2, onderrug& bekken

We zijn begonnen met van een variatie op de warming up stroke met de platte hand. Dat is het uitwaaieren van het weefsel op het sacrum met de vinger toppen. Zorg aan het einde van de warming up stroke dat je vingertoppen in het zachte weefsel van het sacrum zinken, door je handen als hefboom te gebruiken maken je vinger een spreidende beweging en wordt het weefsel over het sacrum uitgewaaierd. Dit is een oppervlakkige techniek.

Een techniek die niet in het boek terug te vinden is is een variatie op de onderarmstroke. Dit keer wil je het dieper gelegen weefsel bereiken door met je elleboog het weefsel ‘op te pakken’ vanaf de onderste punt van de scapula, de druk richting is mediaal. Je schept als het ware het weefsel en brengt dat richting de wervelkolom tot je de gehele erector spinea ferm tussen je onderarm/elleboog en de wervelkolom ‘klemt’. Doseer je druk goed, dit voelt intens; blijf goed op signalen (ademhaling, reactie weefsel) van je cliënt letten, blijf binnen diens grenzen. Als het weefsel hier stug is zal je het steeds opnieuw moeten oppakken tot het lossen komt.

Dwarsgreep op de bekkenrand. Zie dwarsgreep uit lesdag 1. Maar dit keer uitgevoerd op de lage rug en bekkenrand. Zorg dat je nooit druk uitoefent op de zwevende rib, een goede indicatie is als de botstructuur van de bekkenrand tussen de knokkels an je wijs- en middelvinger valt. Je kunt twee of drie banen maken zodat je ook de glutes behandeld.

Drukpunten uitgevoerd met vingertoppen of elleboog op de bekkenrand. Palpeer eerst het gebied, misschien voel je verdikkingen en restricties. Zink langzaam in, evt. wat fricties, minimaal 30sec. aanhouden en vervolgens weer even langzaam terugtrekken.

Diepe bilstroke, blz. 112 Vreeling. Palpeer eerst het foramen ischiadicum majus. Daar pas je een zelfde techniek toe als hierboven met de punt van je elleboog. Wees secuur, met een langzame op- en afbouw, eindig met zachte energie (net als bij alle andere technieken). Hiermee bereik je de piriformis en een gedeelte van het sacrotuberous ligament. Hier kan je ook de sciatic zenuw tegenkomen, geeft je cliënt je feedback van en zenuw prikkel in het been, schuif dan een cm op.

Aanhoudende en constante druk op het zitbeen, de druk richting is naar de kruin van je cliënt toe. Je gebruikt hiervoor je handpalm(en) of je onderarm. Je houdt de druk ongeveer een halve minuut aan of tot je het gebied zachter voelt worden. Het doel is het losmaken van de aanhechtingen van de hamstrings en ontspanning creëren in de gehele hamstrings en bil spier. Tot slot palpeer je sacrotuberous ligament, iets lateraal van het zitbot, met de vingertoppen hier pas je een constante druk of een cross-fibre techniek toe. Hiermee verzacht je dit gedeelte van het ligament het andere gedeelte is te bereiken met de diepe bilstroke. Je wilt een balans creëren in het ligament door het strakkere gedeelte te behandelen.